Log in of registreer en maak gebruik van alle functionaliteiten van Mijn Malmberg zoals:
  • Je favoriete lesmaterialen altijd bij de hand
  • Deel tips met meer dan 42.000 collega's
  • Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief


Geen inloggegevens?

InschrijvenInschrijven

Vragen over Lijn 3

Vragen over inhoud en didactiek










Kan ik Connect-lezen blijven gebruiken naast Lijn 3?
Ja, dat kan. Maar het is niet nodig, omdat veel Connect-principes zijn opgenomen in Lijn 3, zoals voor-koor-door-lezen, het oefenen van connect-rijtjes, enzovoort.
Kan ik de klankgebaren gebruiken naast Lijn 3?
Ja, dat kan. Wij adviseren om deze dan wel altijd toe te passen, dus niet alleen bij de risicolezers, omdat dat dit het effectiefst is. In het digibord vindt u klankgebaarfilmpjes bij de geleerde letters uit elk thema onder het kopje Extra.

Overigens is het niet noodzakelijk om de klankgebaren te gebruiken. Bij Lijn 3 worden diverse multisensoriële werkvormen aangeboden, zoals het overtrekken van de letter op het digibord om de letter in te prenten.
Komt zingend lezen in plaats van het oude ‘breken en bouwen’ of ‘hakken en plakken’?
Zingend lezen is een strategie bij het oefenen van de auditieve synthese, wat we vroeger ‘bouwen’ of ‘plakken’ noemden. Zingend lezen voorkomt spellende lezers en het maakt het makkelijker om te onthouden welke klanken je al gelezen hebt, doordat je de klanken langer aanhoudt. Bij stemloze medeklinkers (p, k, t), is het soms wat lastig. Aangeraden wordt om de mond alvast in de goede stand te zetten bij de beginletter en deze uit te spreken als ook de tweede letter gelezen is.
Wat adviseert Lijn 3 voor bijwijzen bij het lezen?
Bijwijzen is een effectieve manier om te controleren of alle leerlingen meedoen, bijvoorbeeld bij het voor-koor-door-lezen. Er zijn verschillende manieren van bijwijzen: met de vinger, met een bladwijzer erboven of eronder of met een bijwijs-pijl.

Het nadeel van bijwijzen met de vinger is dat als de vinger niet mee schuift, dat het tempo tegenhoudt. Maar met een bladwijzer is dat niet anders: als kinderen daar niet op tijd mee schuiven, hebben ze daar ook last van.

Bij gebruik van een bladwijzer kun je de bladwijzer boven de regel houden die je aan het lezen bent, om de volgende regel in de gaten te kunnen houden. Maar eronder kan ook, als je de woorden van de volgende regels niet helemaal afdekt. Er wordt daarom wel gewerkt met een bladwijzer in de vorm van een pijl met een punt eraan. Die leg je dan met de punt naar boven onder de regel die je aan het lezen bent, en de punt schuift mee met de woorden. Je kunt dan de eerstvolgende woorden die je straks moet lezen al wel scannen zonder dat je meteen die hele lap tekst ziet.

Kortom: alle vormen (vinger, erboven, eronder, pijlvorm) worden gebruikt, en vanuit Lijn 3 is er geen advies over een bepaalde vorm. Het is aan de leerkracht om te bepalen wat in de praktijk het beste werkt.
Waarom worden de eer-, oor- en eur-woorden in Lijn 3 al vroeg aangeboden?
Het vroeg aanbieden van eer-eur-oor-worden is een vernieuwd inzicht. Deze woorden zijn vooral bij spelling lastig. Bij lezen kan het in principe niet misgaan als je het woord klank voor klank leest zoals je het ziet. Weliswaar treedt er enige klankverkleuring op van de eu-ee-oo. Maar om het woord goed te kunnen lezen, is geen afspraak nodig. Kinderen moeten er misschien wel aan wennen. Daarom komen ze bij lezen al af en toe aan bod, ook in de eerste helft van het schooljaar. Maar altijd als leesopdracht.

Pas bij spelling wordt het lastig, omdat in veel delen van Nederland klankverkleuring optreedt. Dan wordt de afspraak: je hoort i-r (of iets wat daar een beetje op lijkt), maar je schrijft ee-r. Dat is natuurlijk een moeilijke afspraak die kinderen moeten onthouden en die komt daarom bij spelling pas in de tweede helft van het schooljaar aan bod. Het is wel heel fijn dat kinderen de woorden bij lezen dan al regelmatig zijn tegengekomen, zodat ze deze afspraak snel onder de knie zullen hebben.
Waarom worden de korte en de lange klank los van elkaar aangeboden?
Antwoord: De korte klank (bijvoorbeeld o en u) en de lange klank (bijvoorbeeld oo en uu) worden in Lijn 3 los van elkaar, in aparte lessen aangeboden. We benoemen ook meteen bij het aanbieden de klankcategorie: ‘dit is een korte klank’ en ‘dit is een lange klank’, zodat kinderen ze ook echt als twee verschillende klanken met bijbehorende schrijfwijze aanleren. Er zit ook expres altijd een tijdje tussen het aanbieden van de korte en de lange klank, zodat de kinderen eerst de ene klank goed inprenten en daarna de andere klank leren.

In de literatuur is geen aanwijzing gevonden voor de volgorde van het aanbieden. Het maakt dus niet uit of eerst de korte of eerst de lange klank wordt aangeboden. Wel blijkt het van belang om eerst de ene klank goed te oefenen voordat de gelijkende klank wordt aangeboden. Dat geldt ook voor andere klanken die op elkaar lijken of waarover verwarring kan ontstaan, zoals de b en d en p of de ie en ei.
Waarom staan de o en de oo en de a en de aa niet naast elkaar op het klankenbord?
Er is geen vaste volgorde van de letters op het klankenbord. Dat is expres niet het geval, zodat kinderen niet een bepaalde volgorde gaan inprenten. We raden aan om de volgorde van de letters regelmatig te wisselen. Het is natuurlijk wel mogelijk om de o en de oo en de a en de aa ook eens naast elkaar te hangen om de kinderen goed de verschillen te laten zien.
Waarom lezen de kinderen op ***-niveau in het rijtjesboek woorden als ‘vind’ en ‘vindt’?
Op het ***-niveau zijn de kinderen in thema 3 aan het oefenen voor AVI-E3. Dan moeten ze woorden met eind-d en -dt kunnen lezen (zie Cito-doelen). Ze krijgen daarvoor instructie op dag 4 (zie de handleiding bij thema 3, bladzijde 27). U hoeft op dit moment nog geen uitleg te geven over het hoe en waarom hiervan: dat is werkwoordspelling en dat is nog te moeilijk voor de kinderen. Alleen de afspraak is belangrijk: je ziet -dt, je zegt -t. Of: je ziet -d en je zegt -t. Qua betekenis is er geen verschil. U kunt wel uitleggen: ‘Het betekent hetzelfde (ik vind, hij vindt), alleen schrijf je het anders. Waarom dat zo is, leer je pas vanaf groep 5 of 6!’
Dekt Lijn 3 de kerndoelen van het SLO voor wereldoriëntatie?
De SLO-doelen zijn beschreven voor groep 3 en 4. In de Pakketwijzer staat bij het hoofdstuk Wereldoriëntatie welke doelen in Lijn 3 aan bod komen (pagina 86 en verder). U ziet dat bijna alle doelen voor groep 3 en 4 gedekt worden, maar niet allemaal. Dat hoeft geen probleem te zijn als de resterende doelen in groep 4 aan bod komen. In Lijn 3 ligt de nadruk op taal en lezen.

Vragen over structuur en organisatie








Hoelang duurt een stap in de leesles?
Dat is een beetje afhankelijk van de situatie. U kunt globaal de volgende tijden aanhouden (met uitzondering van dag 13, 14 en 15):
• stap 1: 7 minuten;
• stap 2: 20 minuten;
• stap 3: 10 minuten;
• stap 4: 10 minuten;
• stap 5: 13 minuten.

Dat is dus totaal 60 minuten effectieve lestijd. Inclusief leswisselingen komt dit neer op 75 minuten.
Wanneer kijk ik de werkboeken na?
Het nakijken van de werkboeken kan op verschillende momenten en manieren:
• De kinderen kunnen zelf hun werk nakijken tijdens stap 4 van de leesles. In de digibordsoftware staan de antwoorden: die kunt u laten zien.
• U kunt de werkboeken af en toe innemen en corrigeren met behulp van de antwoordpagina’s die in de handleiding staan. De antwoorden staan hierin in rood ingevuld.

Is er een vaste volgorde van de lessen?
Leeslessen en spellinglessen moeten in een bepaalde volgorde worden gegeven. Woordenschat moet altijd worden gekoppeld aan de les erna. Verder kunt u, als daar aanleiding voor is, wisselen in de volgorde.
Wat is een handig knipmoment op een lesdag?
Lezen en taal kunnen gescheiden worden aangeboden.
Moet ik bij elke stap van de instructie het digibord gebruiken?
malmberg-pictogram-digibord
Nee, dat ‘moet’ niet. Er is bij elke stap instructie op het digibord. Het kan vaak ook op een andere manier, met materialen in de klas. Alleen de items die echt via het digibord moeten, staan in de handleiding gemarkeerd met het digibord. Als u een digibord tot uw beschikking heeft, is het wel aan te raden om de digibordsoftware te gebruiken.
Hoe werkt Lijn 3 in een combinatiegroep 3/4?
Zie bladzijde 18 van de Pakketwijzer voor suggesties.

Speciaal voor combinatiegroepen zijn er ook taakbriefjes gemaakt gemaakt. Deze zijn te vinden op MijnMalmberg. Hiermee kunnen de kinderen nog beter langere tijd zelfstandig werken, zodat u de handen vrij heeft voor de andere groep.
Wat kunnen we kleuters aanbieden ter voorbereiding op Lijn 3?
Wij adviseren om een kleutermethode te gebruiken die voldoet aan de tussendoelen. De letterdoos van Lijn 3 kan ook al bij de kleuters ingezet worden. De letterfilmpjes zijn ontwikkeld voor groep 3, en sluiten echt aan bij Lijn 3. Didactisch gezien is het prima om de letterfilmpjes al bij de kleuters spelenderwijs aan te bieden. Het is aan de school om te beoordelen in hoeverre het verrassingseffect zal verdwijnen.

Het aanbieden van de filmpjes bij kleuters kan het beste plaatsvinden synchroon met het aanbod van de letters binnen de thema’s van bijvoorbeeld Kleuterplein, zodat de letters niet geïsoleerd maar binnen een thema/context worden behandeld en benoemd.

Vragen over differentiatie







Wat bied ik kinderen met **-niveau aan die al goed lezen en snel klaar zijn?
De kinderen kunnen zelfstandig werken aan de volgende verrijkingstaken (zie ook het ‘overzicht taken zelfstandig werken’ in de handleiding van elk thema):
• woorddoeboek (en letterdoos);
• rijtjesboek;
• **-pijl-opdrachten in het werkboek;
• schrijfhoek, ontdekhoek, boekenhoek;
• stillezen in eigen leesboek;
• andere opdracht uit de lijst: extra taken voor elke dag.

Ook kunt u de schrijflijn onder aan de pagina in het werkboek gebruiken voor een verrijkingsopdracht, bijvoorbeeld: maak een zin met een woord van de pagina.
Wat bied ik kinderen aan die AVI-M4 voorbij zijn?
De doelen van de ***-lijn gaan tot en met AVI-M4. Het streefniveau voor die kinderen is AVI-M4 of hoger. Kinderen die al een hoger leesniveau hebben, neemt u wel gewoon mee in de ***-lijn en geeft u ook ***-instructie in stap 4. Dat doet u voor de zekerheid: ook al hebben ze al een hoger leesniveau, toch kan het zijn dat ze bepaalde leesmoeilijkheden nog niet goed onder de knie hebben.

Daarnaast kunnen zij natuurlijk vrij lezen op hun eigen leesniveau. We bieden geen extra differentiatiegroep naast de ***-groep, omdat dat organisatorisch erg lastig is. Wel kunt u deze kinderen stimuleren om op hun eigen niveau te lezen in een eigen leesboek of in hoeken te laten werken op hun eigen verwerkingsniveau. In de ***-kopieermap vindt u wat vrijere verwerkingsopdrachten die voor alle kinderen met ***-niveau uitdagend zijn.
Is het een probleem dat ik geen kinderen met ***-niveau in mijn groep heb, ook niet na de herfstsignalering?
Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Blijkbaar heeft u dan een redelijk homogene groep. De ***-lijn is er voor de kinderen die echt een half jaar voorlopen op de rest, en dat zijn er misschien helemaal niet zo veel.
Wat doe ik met zittenblijvers in groep 3?
Als zittenblijvers AVI-M3 gehaald hebben, kunnen ze starten in de ***-lijn. Houd deze kinderen goed in de gaten. Het kan zijn dat ze in de loop van het jaar (vaak al na de herfstsignalering) teruggaan naar de **-lijn.
Wat doe ik na thema 1 met goede lezers die niet snel genoeg zijn?
Wij adviseren dan toch de **-lijn. U kunt een kind het ***-niveau laten proberen, maar als het niet gaat dan moet het kind toch weer mee gaan doen op **-niveau. Wij raden het creëren van een tussenniveau tussen het **-niveau en ***-niveau af. Uit onderzoek blijkt dat differentiatie op drie niveaus het meest effectief is.
Wanneer en hoe kan een kind tussentijds overstappen naar ***-niveau?
Een kind kan instromen op ***-niveau nadat het een voldoende scoort op de mondelinge ***-toets van dat moment, dus de herfstsignalering, wintersignalering of voorjaarssignalering. Pas dan weet u zeker dat het kind het ***-niveau echt goed aan kan. U toetst de kinderen op ***-niveau, van wie u verwacht dat ze dit niveau aankunnen. Deze kinderen moeten goed gescoord hebben op de toetsen op *- en **-niveau – dus 0 fout hebben en ruim binnen de tijd zitten – en ze moeten een goede werkhouding hebben. Zie voor een overzicht van alle toetsen het onderdeel mondelinge toetsen van de kopieermap Algemeen.

Vragen over spelling





Waarom staan de eer-, oor- en eur-woorden niet op het klankenbord?
We hebben vanwege de doorgaande lijn gekozen voor dezelfde aanpak als Taal Actief. Bij Taal Actief worden -eer, -eur en -oor niet gezien als aparte klanken, maar als samengestelde klanken: ee+r, oo+r, eu+r. Weliswaar treedt er klankverkleuring op door deze samenstelling (de ee verandert in een soort i, de oo neigt naar de o, de eu gaat richting een u), maar we zien dit toch niet als aparte klanken, anders dan bij aai, ooi en oei die altijd in deze combinatie voorkomen.
Welke spellingregels worden er aangeboden?
Op bladzijde 59 van de Pakketwijzer vindt u het overzicht van de afspraken die we aanbieden bij spelling. Op bladzijde 57 staat wanneer de afspraak wordt aangeboden. Een handig overzicht van de spellinghulpjes vindt u op Mijn Malmberg.
Waarom worden de hakkaarten alleen gebruikt bij spelling en niet bij lezen?
Lijn 3 beschouwt lezen en spelling als twee afzonderlijke vaardigheden die nauw met elkaar samenhangen. De hakkaarten gebruikt u bij de auditieve analyse. Dat is nodig bij spelling: luisteren naar een woord en het verdelen in klanken voordat je het opschrijft. Bij lezen is dat hakken niet nodig. Daar gebruiken we het zingend lezen als strategie voor de auditieve synthese.
Waarom herhaal je na het hakken van een woord de eerste klank?
Dat is omdat je die klank het eerste opschrijft. Zo leg je er nog een keer de nadruk op, zodat kinderen erop gefocust zijn.

Vragen over toetsen








Zijn de toetsen ook digitaal?
Nee, vooralsnog niet. De beste manier om leesontwikkeling te toetsen is met behulp van mondelinge toetsen. Als er toch behoefte aan digitale toetsen is, kunnen we daar wel voor zorgen.
Wordt woordenschat getoetst?
Er zijn (voorlopig) geen methodetoetsen voor woordenschat. De woordenschatwoorden worden wel gecontroleerd in de laatste woordenschatles van het thema, met spelletjes. Woorden die de kinderen nog moeilijk vinden, kunt u noteren op het registratieblad woordenschat en herhalen in het volgende thema. Verder raden we aan om de Cito-toets voor woordenschat af te nemen en op basis daarvan te bepalen welke kinderen de extra lessen woordenschat gaan volgen.

Wordt spelling ook getoetst?
Bij spelling is er na elk thema een controledictee als toets. De resultaten hiervan worden geregistreerd op een registratieblad. Daarnaast adviseren wij om Cito spelling af te nemen.


Waarom wordt in de herfstsignalering letters schrijven niet getoetst?
Letters schrijven is spelling en niet lezen. Dat toetst u al met het controledictee in de spellinglessen na elk thema en hoeft u dus niet nog een keer apart te toetsen.


Moet ik bij de herfstsignalering ook nog toetsen voor auditieve analyse en synthese afnemen?
Nee, dat hoeft niet. Je kunt pas leren lezen als auditieve analyse en auditieve synthese in orde zijn. Dat zijn dus eigenlijk voorwaarden. Als het goed is, zijn deze vaardigheden in de kleutergroepen uitgebreid geoefend en ze worden in de leeslessen regelmatig herhaald. Het heeft dus niet veel zin om dit nog een keer te toetsen, tenzij u zich echt zorgen maakt over een kind en u precies wilt weten hoe het hier nu mee staat en waar nog problemen mee zijn. Zie ook aanwijzingen hiervoor in de *-kopieermap. Die map bevat ook werkvormen op maat die u deze kinderen kunt aanbieden om de achterstand weg te werken.


Welke instructie geef ik bij de schriftelijke toetsen?
De instructie bij de werkvormen staat in de kopieermap Algemeen. Ook staat er een algemene instructie voor afname van de schriftelijke toetsen op de binnenzijde van het omslag van het antwoordenkatern.


Wanneer neem ik welke toetsen af volgens het Protocol Leesproblemen en Dyslexie?
Zie voor het antwoord op deze vraag de Pakketwijzer (bladzijde 53) en het toetsoverzicht in kopieermap Algemeen. Voor meer informatie kunt u ook het artikel 'Toetsen en volgen met Lijn 3' lezen.

Overige vragen





Moeten kinderen in de werkboeken los of aan elkaar schrijven?
Wij raden aan om uw hierin uw schrijfmethode te volgen. De voorbeelden staan (waar nodig) in de eerste helft van het schooljaar in los schrift, zodat alle kinderen het kunnen lezen. In de tweede helft van het schooljaar staan de voorbeelden in verbonden schrift. Maar u kunt de kinderen dan ook in onverbonden schrift laten schrijven, als u dat wilt.
Waarom maakt Lijn 3 gebruik van de leesletter a en zetten we in de werkboeken toch de schrijfletter a?
Lezen is iets anders dan schrijven. In onze werkboeken staat altijd de drukletter a (open a) als er gelezen moet worden en alleen een enkele keer in een voorbeeldje dat is voorgedaan met schrijfletters staat de schrijfletter a (gesloten a). Lees het hele artikel over de schrijfletter a voor meer informatie.

Artikel 'Lees- en schrijfletter a'
Moet ik de wandkaarten na een bepaalde tijd opruimen?
De wandkaarten van Lijn 3 zijn wezenlijk anders dan die van Veilig leren lezen of De leessleutel. Bij Lijn 3 staat er namelijk geen sleutelwoord of globaalwoord op de kaart, maar alleen een letter. Inderdaad wordt tegenwoordig door experts aangeraden om de wandkaarten van Veilig leren lezen en van De leessleutel op tijd weg te halen. Dat is om te voorkomen dat kinderen blijven hangen in een woordbeeld en niet aan het eigenlijke lezen toekomen. Bij Lijn 3 bestaat dat gevaar niet, omdat de letter centraal staat. De wandkaarten zijn een handig geheugensteuntje voor kinderen die moeite houden met de letter-klankkoppeling. Als alle kinderen een letter beheersen, kunt u de kaart gerust weghalen.
Wat biedt Lijn 3 voor thuis?
We bieden via de site Mijn Malmberg:
Ouderbrieven bij elk thema waarin de ouders kunnen lezen over het werken met Lijn 3.
Informatie om ouders te stimuleren om samen met hun kind thuis te oefenen met lezen in leesboekjes en met de Lijn 3 rijtjesboeken.
Ideeën om de rijtjesboeken op verschillende manieren in te zetten.
Leesbevorderingstips voor thuis bij elk thema.