Log in of registreer en maak gebruik van alle functionaliteiten van Mijn Malmberg zoals:
  • Je favoriete lesmaterialen altijd bij de hand
  • Deel tips met meer dan 42.000 collega's
  • Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief


Geen inloggegevens?

InschrijvenInschrijven

Vragen over Pluspunt 3





























Wie heeft Pluspunt geschreven?
De grote lijnen zijn uitgezet door Nico van Beusekom, Anke Fourdraine en
Anneke van Gool, experts op het gebied van rekenen én onderwijs.
De oefeningen in het onderdeel Samen oefenen zijn geschreven door Julie Menne, de auteur van Met sprongen vooruit. De overige lessen zelf zijn geschreven door leerkrachten die hiertoe zijn opgeleid. Mensen uit de praktijk dus. U vindt hun namen in de Pluspunt boeken.
Is de methode getest?
Ja. Diverse scholen hebben in de loop van het schrijfproces de lessen voor ons getest. Hun opmerkingen en verbeterpunten hebben we uiteraard verwerkt. Ook de leerkrachten die aan de methode hebben meegeschreven hebben lessen getest. In het schooljaar 2008-2009, een jaar voordat Pluspunt op de markt kwam, werkten ruim 140 leerkrachten en bijna 2000 kinderen al met de nieuwe versie om de laatste puntjes op de i te zetten.
Wat voor soort ruitjespapier kunnen we het beste gebruiken?
Bij voorkeur papier met ruitjes van 1 cm x 1 cm. De kinderen noteren 1 cijfer per ruitje. Als u liever met ander ruitjespapier werkt is dat geen probleem.
Mogen kinderen gebruik maken van een kladblaadje?
Ja. Het komt geregeld voor dat kinderen bij het uitrekenen gebruik (moeten) maken van een kladblaadje. Pluspunt adviseert om de kinderen direct aan te leren dat ze netjes en overzichtelijk werken op een kladblaadje, dit voorkomt fouten door slordigheid. Kinderen hebben soms ten onrechte het idee dat het altijd beter is om uit je hoofd te rekenen en passen dit ook toe bij opgaven die zich daar niet voor lenen met alle gevolgen van dien. Leer ze aan dat ze altijd hun naam bovenaan het kladblaadje schrijven en dat ze in de kantlijn kort noteren om welke opgave het gaat, bijvoorbeeld "2a". Het is enerzijds voor de kinderen zelf handig en leerzaam als ze dit netjes doen. Wen de kinderen aan dat ze hun kladblaadje bewaren (en inleveren), zodat u ze kunt bekijken. Dit is voor u als leerkracht prettig omdat een kladblaadje veel informatie oplevert over het rekenproces van een kind. Ook bij het maken van de (digitale) toetsen wordt de kinderen gevraagd om de uitwerking te noteren op een kladblaadje en deze achteraf in te leveren.
Waarom zijn er in groep 3 en 4 alleen werkboekjes?
Omdat het overschrijven van opgaven van een boek in een schrift kinderen in groep 3 en 4 nog (te)veel tijd kost. Door in werkboekjes te werken kunnen ze zich helemaal richten op dat waar het om gaat: leren rekenen.
Waar is het rode plusboek gebleven?
Er is geen apart plusboek meer. De opgaven voor na de toets zijn standaard opgenomen in het opdrachtenboek.
In groep 6, 7 en 8 zijn er drie werkboekjes: minimum, basis en plus. Heeft een kind alledrie de werkboekjes nodig?
Nee. Ieder kind werkt in één werkboekje: minimum, basis of plus.
Is de organisatiestructuur hetzelfde als in de oude versie?
Ja. Alle leerkrachten zijn erg tevreden over de organisatiestructuur van Pluspunt dus die is hetzelfde gebleven.
Voor hoeveel weken biedt Pluspunt lesstof?
Voor 36 weken. Er zijn 12 blokken van 3 weken.
Hoe lang duurt een Pluspunt rekenles?
50 à 60 minuten.
Hoe vaak wordt er getoetst?
Er zijn 12 toetsen per jaar. Hierin worden steeds de toetsdoelen van een blok getoetst. Bovendien is er vanaf groep 4 elk oneven blok een tempotoets om te toetsen in hoeverre eerder behandelde stof geautomatiseerd is.
Hoe werkt Pluspunt in een combinatiegroep?
De afwisseling van leerkrachtgebonden lessen en de lessen zelfstandig werken maakt het werken in combinatiegroepen makkelijk mogelijk: als de ene groep les krijgt werkt de andere groep zelfstandig en andersom.
Hoeveel lesvoorbereidingstijd heeft de leerkracht nodig?
Dit verschilt per persoon. De handleiding is helder en reduceert de voorbereidingstijd:
  • Benodigde materialen staan duidelijk aangegeven.
  • Er is per les een overzicht van de behandelde doelen.
  • Voorbeelden die op het bord getekend of geschreven moeten worden staan afgebeeld.
  • Mogelijkheden voor differentiatie staan duidelijk aangegeven.
  • Pagina’s van het lesboek, opdrachtenboek en werkboek staan afgebeeld.
  • Er is een stapsgewijze, duidelijke beschrijving van het lesverloop.
Voldoet Pluspunt aan de kerndoelen?
Ja. Pluspunt voldoet aan de tussendoelen uit TAL (Tussendoelen Annex Leerlijnen) en voldoet hiermee aan alle kerndoelen voor rekenen.
Sluit Pluspunt aan op de Cito-toetsen?
Ja. Pluspunt sluit aan op de Cito-toetsen.
Houdt Pluspunt rekening met het rapport Over de drempels met rekenen (commissie Meijerink, doorlopende leerlijnen, 2008)?
Ja. Pluspunt is volledig afgestemd op deze vernieuwing in het onderwijs. De commissie Meijerink heeft twee eindniveaus voor het basisonderwijs bepaald: het fundamentele niveau (1F) en het streefniveau (1S).
De meeste kinderen zullen uitkomen op het streefniveau. Zwakke rekenaars mogen zich echter richten het wat lagere, fundamentele niveau. Ze krijgen dan wél alle rekenstof, maar op een lager niveau.
Pluspunt maakt dit in groep 7 en 8 concreet door instructie op twee niveaus te geven: alle kinderen doen mee aan de instructie op het fundamentele niveau. De gemiddelde en sterke rekenaars krijgen aansluitend instructie op het streefniveau.

Op die manier haalt Pluspunt het beste uit alle kinderen. De rekenzwakke kinderen krijgen door de gerichte aanpak alle rekenonderwerpen goed onder de knie, op een voor hen haalbaar niveau. Ze leren goed rekenen en hun zelfvertrouwen groeit. Maar ook voor de gemiddelde en rekensterke kinderen is de verhouding tussen succeservaring en uitdaging optimaal. Zo blijven ze gemotiveerd en behalen ze goede rekenresultaten.
Zijn er minder onderwerpen per les dan in de vorige versie?
Ja. Elke les behandelt maximaal twee onderwerpen. Een onderwerp wordt bovendien gedurende twee blokken geoefend, dan pas getoetst. Zo krijgen de kinderen voldoende tijd om de onderwerpen goed onder de knie te krijgen.
Wordt er meer geoefend en herhaald dan in de vorige versie?
Ja. Aan het begin van elke les oefenen kinderen lesstof die al eerder is behandeld.
Julie Menne is een van de auteurs van Pluspunt. Hoeven we nu 'Met sprongen vooruit' niet meer aan te schaffen?
De basis van Met sprongen vooruit is inderdaad verwerkt in Pluspunt. Een school die méér wil kan het pakket toch aanschaffen. Dat sluit dan naadloos aan op Pluspunt.
Is er een leerlijnenoverzicht?
Ja. Dat staat in het algemene gedeelte van de handleiding. U ziet precies welk onderwerp wanneer behandeld wordt.
Ook aan het begin van elk blok staat een overzicht van de doelen die dat blok behandeld worden.
Bovendien komt er een leerlijnenboekje voor elke jaargroep. Hierin staan alle toetsdoelen helder beschrijven aan de hand van concrete voorbeelden. Er wordt tevens inzicht gegeven waar de doelen van elke jaargroep liggen ten opzichte van de complete leerlijnen tot en met groep 8.
In hoeverre is Pluspunt een realistische rekenmethode?
Bij goed rekenonderwijs is er aandacht voor het verwerven van inzicht en voor het oefenen van vaardigheden. Pluspunt biedt dat beide: evenwichtig rekenen! Er is veel aandacht voor oefenen, herhalen en automatiseren. Rekenzwakke kinderen krijgen slechts één oplossingsstrategie aangeboden. Cijferen krijgt veel aandacht, en wordt geleidelijk opgebouwd tot uiteindelijk de klassieke staartdeling verschijnt. Tegelijkertijd zijn de goede dingen van het realistische rekenen behouden, zoals het werken met modellen als de getallenlijn en de verhoudingstabel. Ook worden contexten gebruikt waarbij het taalgebruik eenvoudig is zodat de taal zo min mogelijk een obstakel is voor taalzwakke kinderen.
Hoe zit het met de oplossingsstrategieën?
Voor rekenzwakke kinderen is het vaak moeilijk om zelf de meest geschikte oplossingsstrategie te kiezen en toe te passen. Daarom wordt hen geleerd om rekenopgaven op een vaste manier op te lossen. Deze oplossingsstrategie, Zo doe ik dat, staat op elk kopieerblad voor remediëring. Er staat stap voor stap beschreven hoe een opgave opgelost wordt.
Hoe beoordeel ik het gemaakte rekenwerk?
De bloktoetsen van Pluspunt zijn bedoeld om vast te stellen in hoeverre de leerinhouden beheerst worden. Het zijn dus signaleringstoetsen. Aan de hand van onder andere de toetsresultaten en de observaties uit les 13 kunt u inschatten op welke onderdelen u een kind goed in de gaten moet houden en/of extra aandacht moet geven.

Een bloktoets bestaat uit vier opgaven, die elk afzonderlijk een goedscore (percentage) opleveren. Uk kunt een bloktoetscijfer baseren op het gemiddelde van deze vier opgaven. Bij de beoordeling van de bloktoetsen kan daarbij bijvoorbeeld de volgende indeling aangehouden worden:

% goed cijfer
0% - 59% 4
60% - 79% 5
80% - 84% 6
85% - 89% 7
90% - 94% 8
95% - 99% 9
100% 10
Naast de vier opgaven is er om het blok (en in groep 7 en 8 elk blok) een tempotoetsonderdeel bij een bloktoets. Dit onderdeel is bedoeld om na te gaan in hoeverre kinderen bepaalde leerstof hebben geautomatiseerd. Het is een criteriumtoets, dat wil zeggen dat het kind binnen een gegeven tijd (2 à 3 minuten) de voorgeschreven sommen gemaakt moet hebben. Lukt dit niet, dan zult u de mate van verinnerlijken en verkorten bij het kind moeten controleren voordat er middels extra oefeningen gewerkt wordt aan automatiseren. Dit is het controleren van de kwaliteit van de rekenhandeling; zie de leerlijnenboeken.

Wij adviseren om een rapportwaardering (cijfer of woord) te baseren op méér dan alleen het gemiddelde van een aantal bloktoetsresultaten. Elke school hanteert daarin zo zijn eigen beoordelingscriteria en indelingscriteria. Daarom kiest Pluspunt er niet voor om de omzetting (naar cijfers) 'voor te schrijven'.

In de algemene handleiding van elke jaargroep van Pluspunt is in het hoofdstuk 'Rapportwaarderingen' beschreven hoe u met het geven van rapportcijfers om kunt gaan.
Hoe is de differentiatie georganiseerd?
De niveauverschillen tussen kinderen zijn in de regel in de bovenbouw groter dan in de onderbouw. Daarom kiest Pluspunt voor een beperkte differentiatie in groep 3-4-5 en voor verdergaande differentiatie in de groepen 6-7-8.
In groep 3, 4 en 5 is er verlengde instructie, lopen de opgaven op in moeilijkheidsgraad, zijn er plusopgaven en is er remediëring, herhaling en verrijking na de toets.
In groep 6, 7 en 8 komen daar werkboekjes op drie niveaus bij. Ook is er vanaf groep 7 differentiatie in de instructie.
Is er een minimumprogramma voor rekenzwakke kinderen?
Ja. In de handleiding staat een minimumroute voor rekenzwakke kinderen uitgestippeld.
Is er een verkort programma voor rekensterke kinderen?
Ja. In de handleiding staat een verkorte route voor rekensterke kinderen uitgestippeld, de zogenaamde compacting-route.
Welk type rekenmachine kunnen de kinderen het beste gebruiken?
Een tweeregelige rekenmachine waarbij de ingetoetste rekensom zichtbaar blijft in het display. In de tweede regel verschijnt de uitkomst.
Wat zijn de grootste verschillen met tweede versie van Pluspunt?

Didactiek

  • Stapsgewijze opbouw: instructie – oefenen – toetsen - herhalen
  • Twee blokken oefenen, dan toetsen
  • Echt zelfstandig werken

Inhoud

  • Meer oefenen en herhalen
  • Eén oplossingsstrategie
  • Leerlijn kolomsgewijs rekenen en cijferen

Differentiatie

  • Meer differentiëren voor de toets
  • Differentiëren per toetsdoel na de toets
  • Werkboekjes op drie niveaus in groep 6-7-8

Materiaal

  • Geen lesboeken in groep 3 en 4: alle lessen staan in de werkboeken
  • Geen apart pluswerkboek: de plusbladen zijn opgenomen in de het werkboek en opdrachtenboek
  • Sterk verbeterde handleiding: in kleur, stap voor stap door de les, met weergave van ingevulde werkboeken en kopieerbladen
  • Registratiesoftware voor registratie en planning na de toets