Log in of registreer en maak gebruik van alle functionaliteiten van Mijn Malmberg zoals:
  • Je favoriete lesmaterialen altijd bij de hand
  • Deel tips met meer dan 42.000 collega's
  • Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief


Geen inloggegevens?

InschrijvenInschrijven

Alle materialen

Heeft u ook een tip bij Hier en daar?

Deel uw tip dan op Mijn Malmberg!

Vragen




Hoeveel mini-atlassen worden per groep geadviseerd bij Hier en daar?
Voor de uitwerkingen van de opdrachten is het raadzaam om voor iedere leerling een miniatlas te hanteren. Wij hanteren in de standaard begroting daarom voor iedere leerling een miniatlas. U bent echter vrij om te bepalen hoeveel miniatlassen u wilt aanschaffen.
Hoe wordt de topografie aangeboden in Hier en daar?
In de methode staat topografie en kaartvaardigheid centraal. De basistopografie van van de Citogroep is het uitgangspunt. De kinderen oefenen de topografie met het oefenprogramma of in het topoboek. De computerprogramma's bevatten - net als het topoboek - oefenstof bij les 2 en 4 van elk thema. De kinderen oefenen hun topografie met blinde kaarten en toepassingsvragen. Ze kunnen de computeropdrachten zelfstandig maken, alleen of met z'n tweeën. Doordat de resultaten automatisch worden geregistreerd, kunt u snel beoordelen welk kind extra oefening nodig heeft. De kaarten voor de extra oefening kunt u eenvoudig zelf afdrukken. Ze kunnen, behalve in de klas, ook worden gebruikt om thuis nog eens te oefenen. Les 2 van elk thema is helemaal op topografie gericht. De kinderen maken topografieopdrachten in het werkboek. Daarna oefenen ze in het topoboek of met het computerprogramma. In les 4 wordt de behandelde topografie herhaald.
Waarom worden bij topo de eerste 2 letters van een plaats/gebied gebruikt i.p.v. cijfers?
In de methode staat topografie en kaartvaardigheid centraal. De basistopografie van de Citogroep is het uitgangspunt. De kinderen oefenen de topografie met het oefenprogramma of in het topoboek. De computerprogramma's bevatten - net als het topoboek - oefenstof bij les 2 en 4 van elk thema. De kinderen oefenen hun topografie met blinde kaarten en toepassingsvragen. Ze kunnen de computeropdrachten zelfstandig maken, alleen of met z'n tweeën. Doordat de resultaten automatisch worden geregistreerd, kunt u snel beoordelen welk kind extra oefening nodig heeft. De kaarten voor de extra oefening kunt u eenvoudig zelf afdrukken. Ze kunnen, behalve in de klas, ook worden gebruikt om thuis nog eens te oefenen. Les 2 van elk thema is helemaal op topografie gericht. De kinderen maken topografieopdrachten in het werkboek. Daarna oefenen ze in het topoboek of met het computerprogramma. In les 4 wordt de behandelde topografie herhaald.